Hoe stimuleren we een meer duurzame vleesconsumptie?

Vlees behoort tot de meest milieubelastende producten die een mens consumeert. De populariteit van vlees is het resultaat van een eeuwenoude ontwikkeling op weg naar meer welvaart.  Hoe welvarender mensen en landen zijn, hoe meer vlees er gegeten wordt. Daarbij spelen allerlei sociaal-economische factoren en motieven een rol.

Mensen ertoe bewegen om minder vlees te eten en over te schakelen op vleesvervangers is dan ook bepaald geen eenvoudige zaak. Recent zijn op dit terrein in verschillende – vooral westerse – landen diverse eerste initiatieven ontstaan. Deze variëren van productinnovaties tot voorlichtings- en bewustwordingscampagnes. Deze acties zijn enerzijds gericht op systeemniveau (zoals het beïnvloeden van de politiek) en anderzijds op het individu. Ook het aanbod van vleesvervangers neemt inmiddels toe. Een mooi recent voorbeeld is de komst van de Vegetarische Slager die vleesproducten op de markt brengt die zowel qua smaak als qua bite nauwelijks van echt vlees te onderscheiden zijn.

Kristel Lageweg (28; inderdaad mijn oudste dochter) heeft recent onder de titel ‘A need for meat?’ wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de sociaal-culturele aspecten die een rol spelen bij het eten van vlees door flexitariërs. Flexitariërs zijn mensen die niet iedere dag vlees eten. Zij maakt in haar thesis duidelijk dat het eten van vlees in gezelschap van anderen sterk verbonden is met gewoonten en rituelen.

Gemeenschappelijke maaltijden en maaltijden bij speciale gelegenheden (zoals kerst) worden sterk door gewoonten en groepsvoorkeuren bepaald. Wil men flexitariërs toerusten om bij gemeenschappelijke maaltijden op een effectieve manier een duurzame vleesvariant op tafel te krijgen dan zal men met deze rituelen en gewoonten goed rekening moeten houden. Naarmate flexitariërs hier beter op inspelen wordt de kans groter dat het vegetarische of anderszins duurzame alternatief serieus een kans krijgt.

Het onderzoek van Lageweg verdient een vervolg om meer inzicht te krijgen in de wijze waarop dit groepsproces het meest effectief kan worden beïnvloed. Met haar studie wijst Lageweg op een derde route naar het stimuleren van een bewustere en meer duurzame vleesconsumptie.

Naast beïnvloeding op systeem- en individueel niveau verdient ook beïnvloeding op groepsniveau verdere uitwerking. Organisaties als de Stichting Natuur & Milieu en Urgenda, die zich beide actief inzetten voor een meer duurzame vleesconsumptie, zouden deze handschoen op kunnen pakken.

Willem Lageweg

Zie de samenvatting van de thesis van Kristel Lageweg hierna en haar volledige onderzoek in de bijlage.

 

A need for meat?

This thesis looks into the consumption behaviour of flexitarians in the Netherlands, from a microsociological perspective. Flexitarians are people who eat meat only six days a week or less. The general consumption behaviour of flexitarians is examined, with a particular focus on those practices that are shared with others, specifically the day-to-day practices of lunch and dinner and on the festive event of Christmas dinner.

The backdrop of this research is the notion that recently many new initiatives have popped up to promote a move away from the current high level of meat consumption in the Netherlands. This sudden upwelling of initiatives could be seen as the first signs of a transition towards a more sustainable form of meat consumption. The research was guided by the following main question:

‘In what way are everyday-life routine practices of meat consumption embedded in wider cultural frames and traditions in the Netherlands and what are the implications for the transition to a more sustainable meat consumption?’

In this thesis it is first explained how the Dutch reached the current high level of meat consumption per capita, as well as the societal impact this has on aspects such as nature and the environment, health and safety, animal welfare, and status and equality. Then, after first explaining the research methodology, the attention is turned to the consumption behaviour of flexitarians in particular. The reason for highlighting this group is the sheer size of it – currently 3 to 7 million Dutch can be defined as being a flexitarian – and the transitional potential this group holds, as they are already open to consuming meat free meals at least on occasion.

The findings suggest that that there are some consumption practices in which meat is still often an undebatable element. This goes mostly for highly routinised practices and practices in which meat holds a strong symbolic value. But for all those other practices, there seems to be a definite potential for a move towards more sustainable forms of meat consumption.. The group of flexitarians seems to be open for the sustainable alternatives, as long as the main treasured elements of a consumption practice are not compromised. These elements are often related to interpersonal interaction, rather than to the actual contents of the meal.

The individuals that make up the group of flexitarians are however all situated in groups – friends, family, colleagues, etc. – with whom they all share their different consumption practices. It is therefore important to be aware of the rippling effect that the changes in a consumption practice might have on the whole and the experiences of the other participants in it. Any lasting transitional change will have to resonate within all the participants and fit in with their drives for participating in that particular practice. The findings from this research conclude that, if the situational context is taken into account adequately, there is a definite potential for motivating the large group of flexitarians to play a catalytic role in the transition towards a more sustainable form of meat consumption.

Read the entire thesis here.

Ga naar het originele bericht