Deze week zagen twee columns het licht die het failliet van MVO aankondigden. Niet MVO, maar duurzaam ondernemen heeft volgens Jan Rotmans en Peter van Vliet de toekomst. MVO zou niet duurzaam zijn en daarom rijp voor de prullenbak.

Van de stellinginname kun je eigenlijk twee dingen vinden. Ten eerste dat de columns een verouderde en vrij saaie semantische discussie oproepen over wat nu eigenlijk het verschil is tussen MVO en duurzaam ondernemen. Daarnaast speelt er een veel interessanter vraagstuk, namelijk hoe kunnen we de ambitie voor vergaande en noodzakelijke verduurzaming van de economie het beste bereiken.

Dan toch maar even over de semantiek. Bij zowel van Vliet als Rotmans lijkt een vreemd beeld te bestaan van wat maatschappelijk verantwoord ondernemen eigenlijk betekent. Al in 2001 schreef de SER over MVO dat het gaat om het creëren van meerwaarde op de lange termijn voor zowel mens, milieu als de economie. Dit heeft niets met afkopen te maken en zeker niet met het geven van geld aan goede doelen. Het gaat er juist om dat bedrijven proactief beslissingen maken die op de lange termijn duurzaam zijn. Dit betekent ook dat bedrijven niet kunnen volstaan met minder slecht doen, maar dat zij een fundamentele bijdrage moeten leveren aan een duurzame wereld. Duurzaamheid wordt bij MVO dus per definitie niet afgewenteld ten koste van korte termijn winst. Ik zie dan ook geen duidelijk verschil tussen het begrip duurzaam ondernemen van Rotmans en MVO. Verhandelingen over deze termen zijn wat mij betreft typische salondiscussies waar ondernemers echt niet mee zijn geholpen, laat staan dat de wereld er duurzamer van wordt.

Wat echter losstaat van de discussie of we het duurzaam ondernemen of MVO moeten noemen is de vraag of we ambitieus genoeg zijn. Zowel van Vliet als Rotmans geven aan dat MVO te vaak wordt gezien als een schaamlap voor bedrijven die geen echte stappen durven zetten. Dit is een zeer relevante constatering, zeker aangezien de aandacht voor MVO groeit en we nog steeds geen duidelijke vooruitgang zien op het gebied van duurzaamheid. Ik ben het volledig eens met beide heren dat het peloton van het Nederlands bedrijfsleven wel wat meer ambitie mag hebben. Dat zij in plaats van minder slecht moet streven naar een positieve bijdrage. Het circulair denken moet daarbij uitgangspunt zijn en we hebben daarvoor nieuwe verdienmodellen en een andere inrichting van ons economisch systeem nodig. Dat we nog niet zo ver zijn betekent niet dat we dan maar het kind met het badwater weg moeten gooien. We zien bij koplopers wel degelijk grote vooruitgang in de ambities en ook in de resultaten die zij boeken. We zijn er echter nog lang niet.

Blijft de vraag hoe we komen tot de zo gewenste en noodzakelijke duurzame economie. Op dit punt blijft het eigenlijk stil in beide columns. Wat moet er op dit moment concreet gebeuren in het bedrijfsleven om verduurzaming met kracht te hand te nemen? MVO Nederland gelooft er niet in dat boegeroep vanaf de zijlijn erg productief is. Het is de makkelijke weg om kritiek te leveren op bedrijven en ze vervolgens de rug toe te keren. Wij geloven erin dat bedrijven stappen willen en kunnen zetten. Dat niet iedereen al zover is als we zouden wensen is een feit. Dat er bedrijven zijn die misbruik maken door zich duurzamer voor te doen dan ze zijn ook. Daarom moeten we juist alle zeilen bij zetten om bedrijven te helpen om de juiste richting in te slaan. Dat we daarbij ambitieus moeten zijn is noodzakelijk. Daarom is het van groot belang dat duurzaamheidsexperts bedrijven laten zien welke kant we op moeten. Dat we koplopers hebben die laten zien dat het kan en dat we de echte achterblijvers en greenwashers aanpakken. En vooral ook dat we niet blijven hangen in theoretische verhandelingen over definities, maar dat we samen de handen uit de mouwen steken en aan de slag gaan.

Lobke Vlaming