Ondernemen in risicogebieden

Ondernemen in risicogebieden of in regio’s waar nauwelijks milieu- en veiligheidsvoorschriften van kracht zijn, is een hachelijke zaak. Zeker voor bedrijven die geen goed doordacht MVO-beleid hebben. Door de recente veranderingen in Arabische en Noord Afrikaanse landen en door de groeiende onrust in China zijn de discussies hierover weer aangewakkerd. Zo werd Shell in de verdediging gedrongen voor haar opstelling in Syrië. En Coca Cola heeft veel problemen op het platteland in India waar er groot verzet is tegen het grote waterverbuik van de fabrieken van deze frisdrankenproducent.

Deze vraagstukken zijn niet alleen voor multinationals hoofdpijndossiers. Ook steeds meer internationaal actieve MKB-bedrijven hebben hier mee te maken, bijvoorbeeld omdat ze in de toeleveringsketen zitten van multinationals of grote retailers. Viskweker Anova Seafood speelde hier jaren geleden al tijdig op in door als eerste kwekerijen in Afrika en Azië te gaan certificeren op milieu en arbeidsomstandigheden. Inmiddels hebben zij een alom geprezen duurzaamheidbeleid en zitten ze gebeiteld bij hun grote afnemers. Ook Nidera, handelaar in granen en plantaardige oliën, heeft ervaring op dit terrein. Het bedrijf werd geassocieerd met mensenrechtenschendingen in haar keten. Na bemiddeling en met een stevige ambitie van de directie is door Nidera een beleid ontwikkeld waarmee men op een professionele manier inspeelt op sociale en maatschappelijke turbulentie in de keten. Onderdeel van dat beleid is o.a. scholing en ondersteuning van medewerkers om met de vaak ingewikkelde dilemma’s om te gaan.

Wie internationaal onderneemt moet goed nadenken over vragen als met wie hij wel of niet zaken kan doen, in welke mate het bedrijf verantwoordelijk is en hoe het met sancties zit. Moeilijke vragen waarvoor gelukkig steeds meer handreikingen worden geboden. Een doorbraak is het werk van  VN-gezant John Ruggie over de verantwoordelijkheden van bedrijven. Hij beschrijft bijvoorbeeld wanneer risicoanalyses en impact assessments gedaan moeten worden. Zijn aanbevelingen zijn inmiddels opgenomen in de herziene OESO-richtlijnen, die normen bieden voor zaken doen in ingewikkelde regio’s. Zo stellen de richtlijnen dat een bedrijf zich niet met mensenrechtenschendingen van een bewind moet bemoeien, maar wel de mensenrechten moet respecteren van degenen die gevolgen ondervinden van de bedrijfsactiviteiten. Als het bewind gebruik maakt van jouw producten dan is het bedrijf wel verantwoordelijk zijn invloed aan te wenden om de situatie te verbeteren.

Een MKB’er heeft minder invloed dan een multinational, maar in combinatie met branchegenoten of businesspartners kan zeker iets worden bereikt. Ook kan men zich aansluiten bij keteninitiatieven. Voor elke sector is er tegenwoordig wel een gedragscode of verbetersysteem, bijvoorbeeld Fair Wear Foundation voor textiel, Global e-Sustainability (GeSI) voor electronica en het Initiatief Duurzame Handel voor onder andere cacao, vis en soja. In dergelijke coalities leren bedrijven van elkaar en kan een gezamenlijke aanpak worden geformuleerd.
Raadpleeg voor een compleet overzicht van hulpmiddelen en codes de MVO-navigator (www.oesorichtlijnen.nl/navigator). Ook het stappenplan maatschappelijk verantwoord inkopen van MVO Nederland biedt houvast (www.mvonederland.nl/content/mvo-tools/stappenplan-maatschappelijk-verantwoord-inkopen).

Internationaal zaken doen is spannend, maar met een gedegen MVO-beleid zijn de risico’s aanzienlijk te reduceren.

Willem Lageweg
Directeur MVO Nederland

Ga naar het originele bericht