Kritische kanttekeningen bij WRR-rapport over MVO

Het rapport ‘Publieke zaken in de marktsamenleving’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) schenkt onder andere aandacht aan MVO en is kritisch over de rol van zowel de overheid als bedrijven. Willem Lageweg, directeur van MVO Nederland, plaatst enkele kritische kanttekeningen bij het rapport.

De rol van de overheid

De WRR wijst op het risico dat MVO-initiatieven van bedrijven mogelijk van tijdelijke aard zijn. Een steviger overheidsbeleid zou een normatief kader moeten bieden dat MVO stimuleert en steviger verankert: “Zonder zo’n kader verwordt MVO al snel tot lippendienst aan goede bedoelingen”, aldus de WRR in het rapport.

Kritische kanttekening

Willem Lageweg plaatst bij het WRR-rapport een paar kritische kanttekeningen. Hij erkent het belang van een normatief kader. “De recent bijgestelde OESO-richtlijnen die zowel door de overheid als door bedrijfsleven en NGO’s worden onderschreven voorzien hierin. Waarom wordt dat niet in het rapport vermeld.”  Ook de onderbouwing dat de interesse voor MVO sterk afhankelijk is van de financiële en conjuncturele situatie is volgens Lageweg niet sterk. De WRR verwijst daarbij naar oud onderzoek, terwijl de afgelopen – economisch moeilijke – jaren juist hebben geleerd dat steeds meer bedrijven wel aan de slag gaan met duurzaamheid en MVO.

De WRR vindt het beleid van deze en de vorige regering te afstandelijk. “De overheid zou moeten uitdragen dat hier maatschappelijke kwesties aan de orde zijn (zoals duurzaamheid, mensenrechten en arbeidsomstandigheden) die onmiskenbaar van groot belang zijn.”

Suggesties

De WRR doet daarom suggesties voor steviger overheidsbeleid, zoals:
–    Eisen stellen aan keurmerken en standaarden of zelf tot certificering overgaan.
–    Richtlijnen voor consumenteninformatie uitbreiden.
–    Stimuleren dat brancheorganisaties en productschappen meer publieke belangen behartigen.
–    Het steunen van NGO’s die als watchdog een belangrijke rol spelen.

 

MVO Nederland nieuwsbrief 19 april

Ga naar het originele bericht