Voor Nederlandse MKB’ers met internationale handelsrelaties bevat het regeerakkoord goed nieuws: de overheid stelt een MKB-fonds van 750 miljoen beschikbaar voor de bevordering van internationaal verantwoord ondernemen. Tijdens het Nieuwjaarsevent van MVO Nederland en IDH discussieerden ondernemers, beleidsmedewerkers en experts over de voorwaarden voor succes.

Ontwikkelingssamenwerking (OS) bevindt zich in een zeer bijzondere fase van haar ruim zestigjarige bestaan, betoogde Antoon Blokland van adviesbureau BBO. Volgens hem is OS in zeer korte tijd veranderd van hulp in investeren. “Niet voor niets zijn handel en OS door de nieuwe regering samengevoegd in 1 portefeuille.”

Hij bespeurde wel een paar dilemma’s. Zoals: kan het Nederlandse MKB voor blijvende impact zorgen  in ontwikkelingslanden? En: hoe zorgen we er voor dat de regeldruk van zo’n fonds niet te hoog wordt? Maar ook: voor welke MKB’ers is dit fonds eigenlijk bedoeld? Nederlandse bedrijven of die in ontwikkelingslanden? Groot of klein?

Tijdens de discussie die volgde, kregen Blokland en de twee discussieleiders, Rutger Bults van BoP en Michiel van Yperen van MVO Nederland, enkele pasklare antwoorden. Bij het bestaande instrumentarium van BuZa, zoals de PSI-subsidies  voor vernieuwende investeringen in ontwikkelingslanden, hadden ondernemers en experts namelijk nog wel wat te wensen.

Les 1: schrap de rompslomp

Ten eerste beklaagden enkele ondernemers zich over de administratieve rompslomp en de lange doorlooptijd van de subsidieaanvraag. Zonder hulp van een consultant is een PSI-aanvraag eigenlijk niet te doen. Dat weerhoudt veel ondernemers ervan uberhaupt een aanvraag te doen. Ook de lange doorlooptijd van de toekenning sluit niet aan op de praktijk van internationale ondernemers. Ofwel, les 1: “schrap de rompslomp”.

Les 2: wees duidelijk over het overheidsbelang: IMPACT!

Sociale ontwikkeling via het MKB klinkt leuk (“het is een win-win-situatie!”), maar werkt alleen als voor de overheid en de ondernemers duidelijk is wat de belangen zijn van de subsidie, garantstelling of lening. “De overheid wil impact, de ondernemers financiering.” Prima, maar wat is impact? Daarover wordt te weinig gecommuniceerd, merkten sommige ondernemers en experts op. Les 2: maak impact meetbaar (werkgelegenheid is een aardige indicator), geef ondernemers een duidelijke handleiding en stel geen onrealistische eisen.

Les 3: houd het klein

Wie is zo gek om ‘slechts’ 1,5 miljoen euro aan te nemen als je ook 5 kunt krijgen? Het antwoord: heel veel MKB’ers. Zij hebben vaak relatief kleine investeringen nodig om hun onderneming op te starten, merkte een expert op. Banken zijn vaak niet geïnteresseerd in kleine leningen met een korte looptijd, dus kan de overheid daar mooi inspringen. Ofwel: laat die enorme bedragen maar zitten, de 3de les is: houd het klein, maar gun ondernemers een lange looptijd.

De discussie ging nog even door (“de overheid moet niet voor bank spelen!”, “het PSI-programma is een draak!”, “zonder PSI hadden we niet eens bestaan!”), maar de eventuele contouren van het nieuwe fonds werden een heel klein beetje duidelijker. Hopelijk zullen we snel ontdekken of (en hoe) overheid en ondernemers hun wensen beantwoord zien.