De zoveelste ramp in een textielfabriek in een lagelonenland is het gevolg van een systeemfout in onze textielketen. Dat is geen geheim. Waarom greep dan niemand in?

‘Kind verdrinkt terwijl omstanders toekijken’. Deze krantenkop kent u. Met enige regelmaat verschijnen zulke berichten in de media. Iemand is in nood en niemand doet iets. Sterker nog: hoe meer mensen toekijken, hoe kleiner de kans op hulp, zo blijkt uit onderzoek naar noodsituaties. Het fenomeen is zo hardnekkig dat sociaal-psychologen er zelfs een naam voor hebben: ‘omstandereffect’. Een gekmakend en frustrerend staaltje menselijk kuddegedrag.

Hieraan moest ik denken na de zoveelste ramp in een Bengaalse textielfabriek. Meer dan 1100 mensen stierven nadat een naaiatelier nabij de hoofdstad Dhaka instortte. De ramp kondigde zich duidelijk aan door scheuren in de muren van het gebouw. Arbeiders werden ongerust, wilden evacueren, maar mochten dat niet. Naast het enorme aantal dodelijke slachtoffers raakten 2500 mensen gewond. De kleding die deze mensen maakten – voor een gemiddeld uurloon van 20 eurocent – was veelal bestemd voor bekende Europese modeketens.

Dit is geen incident…

Hoewel de massale en aanhoudende media-aandacht misschien anders doet vermoeden, was ‘Rana Plaza’ geen incident. Dodelijke rampen in textielfabrieken in lagelonenlanden komen regelmatig voor. Iedereen in de textielketen weet dat: producenten, lokale overheden, modemerken en zelfs de meeste consumenten (zij die wel eens een krant openslaan tenminste). Als een probleem zo duidelijk is, maar tevens zo hardnekkig, is het blijkbaar inherent aan het systeem.

maar een symptoom

Wat is het systeem? Ten eerste: veel modemerken zoeken voortdurend naar fabrikanten die nóg sneller en nóg goedkoper kunnen leveren: een race naar de bodem om de honger naar ‘fast fashion’ van consumenten te stillen. Ten tweede: er zijn altijd lagelonenlanden die deze bedrijven willen bedienen, zo nodig door arbeidstijden op te rekken, milieuwetten te verruimen of bouwvoorschriften te negeren. Ten derde: de meeste consumenten kopen deze onmogelijk goedkoop geproduceerde kleding. Iemand betaalt hiervoor de prijs. Vaak zijn dat de fabrieksarbeiders.

Waarom ik?

Als iedereen op de hoogte is, waarom doet dan niemand iets? Voor het omstandereffect zijn veel verklaringen: mensen denken dat ingrijpen onnodig is, omdat anderen ook niets doen. Mensen denken dat anderen beter geschikt zijn in te grijpen. Ze zijn bang zelf in gevaar te komen. Ze voelen zich anoniem in een groep. Het is hun rol niet om redder te spelen. Ze zijn bang de situatie te verergeren of voor schut te staan als blijkt dat de situatie minder gevaarlijk is dan gedacht.

Dat de situatie in veel textielfabrieken in lagelonenlanden gevaarlijk is, valt nu niet meer te ontkennen. ‘Rana Plaza’ is de dodelijkste textielfabrieksramp in de moderne geschiedenis. Het is tevens een symptoom van een weeffout in het systeem. Het zal opnieuw gebeuren als niemand ingrijpt.

Doe iets

Wat te doen? Sociaal-psychologen hebben een mogelijke oplossing gevonden voor het omstandereffect: mensen wijzen op hun persoonlijke verantwoordelijkheid (“jij springt het water in!”, “jij belt 1-1-2!”) in plaats van ongericht om hulp schreeuwen. Zodra mensen zich verantwoordelijk voelen, komen ze in actie. In de textielsector gebeurt nu iets soortgelijks.

Sommige kledingmerken waren het koude water al ingesprongen. Andere volgen. Zara en Primark (maar ook H&M en C&A – twee merken die bekend staan om hun MVO-inspanningen) hebben op aandringen van NGO’s een akkoord ondertekend dat de veiligheid in Bengaalse textielfabrieken moet verbeteren. Ook consumenten tonen zich nu bereid om extra te betalen voor verantwoord geproduceerde kleding.

Minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking maakte bovendien op 16 mei bekend dat Nederland en Bangladesh samen voorzitter worden van een groep landen, bedrijven en NGO’s die misstanden in Bengaalse textielfabrieken gaat bestrijden.

Voor de slachtoffers van Rana Plaza komt dit alles te laat, maar deze dodelijkste van alle textielfabrieksrampen maakt wel duidelijk dat het systeem op de schop moet. Er is geen weg terug.