Het blijft vooralsnog tobben met de Nederlandse economie. Er moet weer stevig bezuinigd worden en het gaat hierbij vooral om structurele besparingen. Nu is er vandaag ook een lichtpuntje gepresenteerd in de Tweede Kamer, wat zeg ik: een baken van licht!

Het blijkt namelijk dat Nederland jaarlijks tenminste €7 miljard kan besparen door om te schakelen naar een circulaire economie. En dat is alleen nog maar op het in gebruik houden van materialen en grondstoffen. De potentie voor additionele dienstverlening staat hier nog buiten. Dit concludeert TNO, dat in opdracht van de overheid een studie deed naar de economische kansen van de circulaire economie voor Nederland. MVO Nederland heeft aan de totstandkoming van het rapport mogen bijdragen.

Nu stelde ik ruim een jaar geleden al dat de circulaire economie geen oude wijn in nieuwe zakken is. Het is immers niet de recycle-industrie die een nieuwe naam krijgt, of een nieuwe term voor Cradle-to-Cradle en zeker ook niet de slogan van de opkomst van (online) tweedehands winkels of sharing platforms. Hoewel dat allemaal bijdraagt aan dat nieuwe, circulair ingerichte systeem, is het onjuist te stellen dat met deze ontwikkelingen het begrip volledig geduid wordt. In ons kennisdossier Circulaire economie staat een meer uitgebreide beschrijving, maar hier nogmaals de korte variant.

De circulaire economie is een economisch systeem dat ingericht is om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. Dit in tegenstelling tot ons huidige lineaire systeem, waarin grondstoffen worden omgezet in producten die na verbruik veelal worden vernietigd of laagwaardig (nog eenmaal) worden hergebruikt.

De kern is dus niet alleen het slimmer hergebruiken van grondstoffen (recycling) of de levensduur van producten verlengen door deze nogmaals op de markt te brengen of te delen (bijvoorbeeld via kringloopwinkels of sharing platforms). Ook niet alleen producten zo te maken dat zij hoogwaardig kunnen worden hergebruikt en productie processen zo in te richten dat er geen schadelijke stoffen vrijkomen (Cradle-to-Cradle). Of alleen het gebruik van natuurlijke in plaats van fossiele grondstoffen (biobased).

Het gaat om het samenspel van het geheel en het systeem zodanig in te richten dat de processen ook op gang komen om de parels aan elkaar te rijgen. Hierbij kun je onder meer denken aan de ontwerp- en materiaalkeuzes, ontwikkeling van retourlogistiek en cascadering van grondstoffen. Maar zeker ook door in alle fasen van de levenscyclus te focussen op achtereenvolgens producthergebruik, hergebruik van onderdelen en dan pas materiaalhergebruik. ‘Front-end design’ en ‘product service systemen’ worden dan belangrijke criteria.

Het feit dat de circulaire economie geen oude wijn in nieuwe zakken is, betekent overigens niet dat het concept volledig nieuw is. Collega Evert Schut werkte al 30 (!) jaar geleden aan onderstaand model, wat sterk in de buurt komt van het nu veel gebruikte model van de Ellen MacArthur Foundation. Ook vooruitstrevende denkers als Walter Stahel en John Lyle  werkten begin jaren ’80 al aan begrippen als ‘performance economy’ (focus op het leveren van prestaties ipv het verkopen van producten) en ‘regenerative design’ (waarbij producten bijdragen aan de leefomgeving in plaats van er afbreuk aan te doen). Maar het bleef al die decennia werk van academici en mensen in de duurzaamheidwereld.

Het laatste omdat de circulaire economie ook betekent dat in het productie en consumptieproces gebruikte ‘grondstoffen’ als water en lucht weer schoon terugvloeien in de natuur. En dat door het hergebruik van grondstoffen de schade als gevolg van het winnen van deze grondstoffen sterk terugloopt. Dit levert niet alleen voordelen op in de keten – zoals minder ontbossing en waterstress in vooral zuidelijke landen – maar ook forse CO2-reductie. Volgens het TNO rapport jaarlijks zelfs net zoveel als het volledige duurzame energieprogramma van Nederland.

Wat is er dan de laatste tijd veranderd dat het toewerken naar een circulaire economie nu wel van de grond lijkt te komen? Er zijn vele factoren maar de meest gehoorde zijn toch wel het schaarser worden van grondstoffen (fysiek en/of economisch) met de daarbij behorende geopolitieke vraagstukken, stijgende vraag door de combinatie van een snel groeiende wereldbevolking die gemiddeld genomen sterk aan welvaart wint en het naderen van een aantal ecologische systeemgrenzen. Grenzen waarvan we weten dat deze bij overschrijding onze welvarende samenleving verder onder druk zet zoals ook wederom onderstreept in het Wereldbank rapport dat vandaag verscheen.

Bijzonder aan dat rijtje redenen is dat ze defensief zijn ingestoken. We hebben het nu goed en dat willen we zo houden dus moeten we (zo min mogelijk) aanpassen. Het interessante is wat mij betreft juist dat de circulaire economie simpelweg een beter economisch systeem is. Waarbij volgens het TNO rapport in Nederland jaarlijks tenminste 7 miljard te verdienen is door waardevernietiging te voorkomen. Waarbij economie en ecologie veel meer in elkaars verlengde liggen. En waarbij ketensamenwerking en crosssectorale partnerships zorgen voor een robuuste, toekomstbestendige economie.

De tijd lijkt nu aangebroken om deze kansen te verzilveren. Het is aan de overheid om hier de condities voor te creëren, aan de onderzoeks- en onderwijswereld om hier verdere kennis op te ontwikkelen en aan het bedrijfsleven om hier invulling aan te geven. Vanuit MVO Nederland werken wij met een aantal partners al ruim een jaar samen in een Community of Practice. Hierin verkennen we met bewust divers samengestelde groepen bedrijven de aanknopingspunten om de eerste stappen te zetten op weg naar een meer circulaire bedrijfsvoering en/of propositie. Bent u benieuwd wat dit voor uw onderneming voor kansen zou kunnen bieden? Meld u dan aan voor een van de gratis kennismakingsbijeenkomsten. Een deel van die €7 miljard moet toch uw kant op kunnen komen!