In tegenstelling tot wat men op grond van mijn vorige column mogelijk zou verwachten, gaat dit stuk niet over het televisieprogramma Obese, maar over keurmerken. Een hot item, want in elk gesprek met een brancheorganisatie over maatschappelijk verantwoord ondernemen komt altijd wel een keer het keurmerk om de hoek kijken. Dikke mannen en keurmerken, ze lijken op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken te hebben. De vraag duidt echter op het trolleyprobleem dat gebruikt wordt ter verheldering van een ethisch dilemma. Het trolleyprobleem kan een ander licht werpen op de keurmerkenkwesties waar veel verenigingen in de praktijk mee te maken krijgen.

Als vereniging sta je voor het collectief van de achterban. Die achterban is zelden uniform en kent   koplopers, een middenmoot en achterblijvers. Een keurmerk kan helpen om voor die gevarieerde achterban een level playing field te creëren. Iedereen krijgt dezelfde duidelijk gedefinieerde richtlijnen en alle leden kunnen zich op dezelfde wijze profileren. De branche als geheel bereikt een zeker niveau. Het voordeel van deze aanpak is duidelijkheid. Iedereen weet waar hij aan toe is. De ondernemer weet wat hij kan en mag doen om het doel te bereiken en de omgeving, de klant, weet wat hij van de drager van het keurmerk kan verwachten. Dit is in sommige beroepsgroepen en branches van essentieel belang.

De keurmerkenaanpak kent ook keerzijden. Een belangrijke is natuurlijk de grote hoeveelheid keurmerken en het aantal lijkt alleen maar toe te nemen. Het keurmerk kan de leden in de weg staan. Het kan de vrije interpretatieruimte, de creativiteit en in sommige gevallen zelfs de concurrentiekracht van de onderneming beperken. De omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat men in een specifieke situatie een goede reden heeft om een andere keuze te maken dan een keurmerk of richtlijn zou voorschrijven.

Should I kill the fat man? De ethische kwestie is als volgt. Een trein dendert in grote vaart af op een groepje spoorwegwerkers en is niet te stoppen. De vijf stoere mannen zullen genadeloos aan hun einde komen tenzij u ingrijpt. U kunt namelijk een wissel omzetten waardoor de trein nog altijd doordendert, maar nu op een ander spoor waarop slechts één persoon werkt die wel om het leven zal komen. Veel mensen die het dilemma voorgelegd krijgen, kiezen voor het omhalen van de wissel als beste oplossing voor dit dilemma. Nu wordt de vraag anders gesteld. Dezelfde trein op dezelfde ramkoers en weer kunt u de vijf spoorwegwerkers redden. Nu staat u echter op een spoorbrug en is uw instrument een zeer dikke man die naast u staat. Als u hem op het spoor duwt zal de trein gestopt worden en de vijf mannen gered. De dikke man zal het echter niet overleven. In deze vorm levert het dilemma meestal heel andere antwoorden op.

Goed beschouwd is het voorgelegde dilemma in beide gevallen identiek. Hanteert men de eenduidige richtlijn “om het leven van 5 mensen te redden mag men 1 man doden” dan zou men zonder vervelende consequenties (behalve wellicht morele bezwaren) de dikke man op de spoorlijn duwen. Het dilemma laat zien dat de omstandigheden van de specifieke situatie er voor kunnen zorgen dat mensen in twee vergelijkbare gevallen toch een heel andere keuze maken.

Het is niet aan mij te bepalen wat nu de juiste aanpak is. De rol van de vereniging verschilt van geval tot geval. U bepaalt voor uw situatie: Should I kill the fat man?

Meer weten over keurmerken en certificeringen? Klik hier.