MVO is meer dan risicomanagement

Vlak voor de zomer verschenen de nieuwe kabinetsplannen op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. De rol die de overheid zich op dit terrein toedicht is een voortzetting van het MVO-beleid van de kabinetten Balkenende. Daarnaast wordt MVO vooral gepresenteerd als een vorm van risicomanagement, met terecht extra aandacht voor sectoren met veel MVO-risico’s. Het kabinet erkent dat MVO een businesscase is, maar de link MVO, marktkansen en innovatie wordt niet uitgewerkt. Ook ontbreken inspirerende ambities.

Daarmee laat het kabinet kansen liggen. De potentie van bedrijven om via MVO maatschappelijke vraagstukken op te lossen, en tegelijkertijd de economie te versterken, verdient meer aandacht.

MVO Nederland onderschrijft op hoofdlijnen de keuzes die de ministers Kamp en Ploumen maken op terreinen als voorlichting, transparantie en toezicht. Ook vinden wij het terecht dat de overheid een stevig appel doet op de eigen verantwoordelijkheid van bedrijven en branches met de OESO-richtlijnen en ISO 26000 als belangrijke richtinggevende kaders.

Wij ondersteunen de zgn sectorrisicoanalyse waarmee het kabinet per sector inzichtelijk wil maken welke MVO-risico’s zich voordoen. Vervolgens wil het kabinet hierover met de markt tot verbeterplannen komen. Deze benadering sluit goed aan bij de  branchegerichte en sectorale MVO-aanpak van MVO Nederland.

Maar de focus van Kamp en Ploumen op MVO als vorm van risicomanagement is te eenzijdig.  MVO is steeds meer een vorm van integrale en meervoudige waardecreatie. In die opvatting zijn sociale en ecologische vraagstukken niet alleen risico’s maar vooral ook kansen voor duurzame concepten, producten en diensten. Door een integrale en meer op innovatie  gerichte visie kan het kabinet met MVO meer impact realiseren dan met een te grote nadruk op risico’s.

Ook ontbreken duidelijke doelen en inspirerende ambities. Steeds vaker benadrukken ondernemers de noodzaak om Nederland te positioneren als ‘sustainability valley’ of ‘circulaire hotspot’ in de wereld. Zij zien MVO als exportproduct. Een dergelijke breed gedragen nationale MVO-ambitie kan de samenhang, de focus en de impact van het beleid flink vergroten.

Mijn derde punt betreft de urgentie. Er wordt noch met cijfers noch met een visie duidelijk gemaakt hoe urgent de situatie is. De beperkte insteek van het kabinet roept om een verdieping van het debat tussen bedrijven, maatschappelijke organisaties en de overheid over grotere ambities en verdergaande stappen.

MVO Nederland zal dit najaar – mogelijk in samenwerking met de SER – het initiatief nemen om een dergelijk gesprek tot stand te brengen. Met als doel de transitie naar een circulaire en inclusieve economie in ons land fors te versnellen.

Deze column verscheen eerder in de P+ van september 2013.

Ga naar het originele bericht