Vorig jaar noemde ik Terschelling bij een terugblik op Springtij 2012 een eiland van hoop en vrees. Hoop vanwege de steeds sterker wordende ambitie en kracht van de duurzaamheidsbeweging die daar toen voor de 3e keer bij elkaar kwam. Vrees omdat veel inleidingen en discussies toen nog eens heel duidelijk maakten hoe zorgelijk de ontwikkelingen zijn op het gebied van klimaat, biodiversiteit en tal van schaarstes.

Dit jaar stonden de tipping points in de natuur en de economie centraal. En dat leidde opnieuw vaak tot zorgelijke gezichten. Op veel fronten gaan we hard de verkeerde kant uit. Maar wie wat dieper in de verhalen duikt en goed stil staat bij alle innovaties en nieuwe visies op sociaal en economisch terrein ziet dat we met elkaar slimmer en effectiever worden. We worden minder generiek en dogmatisch in ons oordeel en specifieker in aanpak en coalitievorming. Een paar illustraties van deze ontwikkeling.

Martijn Lampert van Motivaction leerde ons beter te kijken naar de verschillende segmenten bij het grote publiek en onze strategie daarop te differentiëren. Laag geschoolde en conservatieve burgers hebben wel degelijk iets met duurzaamheid maar geven daar een meer lokale en praktische invulling aan dan de postmodernisten. Die andere waardeoriëntatie vraagt om een andere aanpak en ook een andere taal. Het schoonmaakbedrijf Asito is met haar 1 miljoen druppelsactie een goed voorbeeld van een onderneming die laaggeschoolden wel met duurzaamheid weet te bereiken.

Lucas Simons leerde ons dat verduurzaming van de landbouw gepaard moet gaan met een goede analyse van de marktverhoudingen en van de sociaal economische positie van de lokale boeren. Ook hier zijn we op weg van generieke maatregelen die nauwelijks werken naar een meer gedifferentieerde transitiestrategie.

Femke Groothuis van Ex’tax leerde ons dat we het belastingstelsel moeten kantelen van heffingen op arbeid naar gedifferentieerde heffingen op grondstoffen en milieugebruik. En de jonge mensen van TruePrice komen met interessante modellen waarmee de werkelijke kosten en waarde van bedrijven en producten inzichtelijk worden gemaakt. Ook integrated reporting draagt hier aan bij.

Maarten Hajer van het Planbureau voor de Leefomgeving komt met specifieke adviezen voor thema’s en sectoren waarmee Nederland zowel haar concurrentiepositie kan versterken als een forse duurzaamheidswinst kan boeken. Ook hierdoor worden we gedifferentieerder in onze aanpak en speerpunten.

Een belangrijk kantelpunt is in mijn ogen ook dat we steeds meer erkennen dat een op samenwerking gerichte aanpak tot meer impact in de mainstreamwereld zal leiden dan een dogmatische en polariserende houding. Natuurlijk moet er strijd geleverd blijven worden, vooral tegen partijen die willens en wetens de vooruitgang in de weg staan. Maar een strategie gebaseerd op een slimme mix tussen ‘choose your battles’ en ‘make love not war’ wordt in onze kringen gelukkig steeds vanzelfsprekender.

Differentiatie in strategie en boodschap, voortgaan op de weg van nieuwe coalities en heel fact based opereren zijn in mijn ogen de ingrediënten waarmee we verder moeten. Wie op Springtij vooral naar de jongeren luisterde kreeg de hoop dat we op de goede weg zijn. Dat een circulaire en inclusieve economie nog ver weg is, is ook waar. Maar met een strategie die vertrouwen geeft is dat een dragelijker gedachte dan met een strategie die gebaseerd is op dogma’s, polarisatie en egotripperij.

Willem Lageweg (Springtijbezoeker van het 1e uur)

Ga naar het originele bericht