Wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen van een overheid die steeds dieper in onze privacy geïnfiltreerd is. Het is een nieuwe sociale norm geworden, lees ik in de NRC: “De burger die niets te verbergen heeft – en dat ook niet meer kan of zou weten hoe dat moet.” Het bedrijfsleven lijkt daarentegen nog steeds geneigd de deur goed gesloten te houden, bang als men is voor pottenkijkende concurrenten. Maar geldt juist daar het tegenovergestelde niet nog veel sterker? Wie niet transparant is, zal wel iets te verbergen hebben.

In het weekend heb ik regelmatig de radio aan, zo krijg ik vanzelf de nieuwste muziek voorgeschoteld en hoef ik er zelf niet naar op zoek. Het oeverloze geklets tussendoor boeit me over het algemeen weinig, maar af en toe komt er een onderwerp langs dat me toch even aan het denken zet. Zo belde laatst een luisteraar naar een programma waar men de meest uiteenlopende vragen probeert te beantwoorden. Hij wilde weten hoe een lieveheersbeestje klonk. Hij had bij een webwinkel een trapauto gezien in de vorm van het insect die volgens de productinformatie ook het geluid maakte van een lieveheersbeestje. Hilariteit alom; de presentator ging op zoek naar het antwoord. Hij belde met de eigenares van de webwinkel. Zij bleeft het antwoord schuldig omdat zij uit ‘concurrentie-overwegingen’ de naam van degene die het zou kunnen vertellen, haar leverancier, niet wilde geven. De presentator vroeg zich daarop af of de webwinkelier het misschien niet wilde vertellen omdat zij het apparaat stiekem thuis in de kelder in elkaar liet zetten door Aziatische kindertjes.

Een simpel voorbeeld, maar wel tekenend voor deze tijd. Klanten, of het nu gaat om consumenten of B2B, willen meer en meer weten waar het product dat zij aanschaffen vandaan komt of naartoe gaat. Niemand draagt graag willens en wetens bij aan sweatshops, clusterbommen of opgejaagde orang oetans. Maar door televisieprogramma’s, social media enzovoorts krijgen we steeds meer inzicht in wat de gevolgen zijn van onze huidige (consumptie)maatschappij, ook de negatieve.  Organisaties leven steeds meer in een glazen huis. Iedereen kan naar binnen kijken en elk moment kan de verontwaardiging over een misstand zo hoog oplopen dat je als bedrijf of vereniging, maar óók als branche of sector, ter verantwoording wordt geroepen.

In plaats van stilletjes af te wachten en te hopen dat dat moment niet komt, kan het wel eens heel gunstig uitpakken als je transparant bent over de dilemma’s waar je mee worstelt. Oók uit concurrentieoogpunt. Juist door je als bedrijf of branche kwetsbaar op te stellen, krijgt de omgeving begrip voor die dilemma’s en vat men sympathie op voor de organisatie. Misschien wil diezelfde omgeving zelfs wel meedenken en meewerken aan oplossingen die voor die tijd onhaalbaar leken. Zo bezien heeft het bedrijfsleven misschien wel meer te winnen bij transparantie dan de burger. Tijd om die nieuwe sociale norm ook de economische norm te maken?