90% van de verenigingen zoals we die nu kennen zal over 10 jaar niet meer bestaan. Jan Rotmans kwam goed binnen tijdens het VM Jaarcongres afgelopen najaar. De ontwikkelingen gaan hard. Social media zijn betere lobby-entiteiten dan belangenclubs. De vernieuwing die onze economie zo hard nodig heeft, ontstaat niet binnen de branchevereniging, maar in klein verband, bij friskijkers en dwarsdenkers die nieuwe manieren vinden om samen te werken. Alles wat ons vertrouwd is, staat ter discussie, of het nu gaat over wonen, consumeren, produceren, betalen, verzekeren of ons verplaatsen. En ook de vereniging zoals we die op dit moment kennen heeft dus zijn langste tijd gehad.

Sentimentele behoefte aan behoud

Rotmans vertelde een heel helder en logisch verhaal en we zien het eigenlijk allemaal al volop om ons heen gebeuren. Greenwheels sloot nog aan bij bekende modellen, maar het onderling uitruilen van producten door gebruik centraal te stellen in plaats van bezit met websites als Snappcar en Peerby hadden velen van ons 5 jaar geleden vermoedelijk niet voorzien. Ook op de zakelijke markt vindt die verschuiving plaats met als bekendste voorbeeld Pay per Lux van Philips en Architectenbureau Rau. En betekent het feit dat de stadions in Qatar demontabel worden gebouwd dat straks nooit meer blijvende architectonische hoogstandjes terug te vinden zijn in de wereldsteden? Onze kleinkinderen zouden ons wel eens uit kunnen lachen om die sentimentele behoefte aan behoud.

O.k., een transitie in de maatschappij is dus gaande, dat signaleren we allemaal, maar hier een rechtstreekse conclusie voor onze eigen vereniging aan verbinden gaat kennelijk nog wat ver. Liever gaan we met ons allen aan de slag met de vraag hoe we er dan voor onze eigen vereniging voor kunnen zorgen dat we over 10 jaar niet overbodig zijn.

Toch voorzie ik met Rotmans dat de (branche)vereniging zoals we die kennen verdwijnt. Nieuwe samenwerkingsvormen worden gevonden in flexibele brancheoverstijgende netwerken. Beroepsverenigingen worden belangrijker voor de individuele ontplooiing en de rol van belangenbehartiger verdwijnt misschien wel helemaal.

Niet op de verenigingsborrel

Een paar voorbeelden van nieuwe samenwerkingsvormen helpen misschien het beeld wat aan te scherpen. De link tussen bierbrouwers en een fabrikant van duurzaam wc papier is niet evident, tot blijkt dat de etiketten van bierflesjes als grondstof kunnen dienen voor dat papier. De link tussen een woningcorporatie en een wasmachineproducent is misschien wat minder ver gezocht, maar dat de twee zouden samenwerken om huurwoningen van zuinige wasmachines te voorzien en de huurders van een lagere energierekening is wel vernieuwend. Ik weet niet waar deze initiatieven zijn ontstaan, maar dat zal niet op de borrel van de branchevereniging zijn geweest. Gaan we ervan uit dat de toekomst in dit soort samenwerkingsverbanden zit, dan heeft dat ook tot gevolg dat de belangen van uiteenlopende typen bedrijven steeds meer een gezamenlijk belang worden. Nog een reden om individuele of branchespecifieke belangenbehartiging ter discussie te stellen. De oude vormen zouden de vernieuwing zelfs wel eens in de weg kunnen staan.

Als verenigingsmanager ontkom je er niet aan om over dit soort ontwikkelingen na te denken. En het vergt een flinke dosis lef om hier ook consequenties aan te verbinden voor de eigen vereniging. Benieuwd wie de eerste stappen gaat zetten.