Minister Asscher waarschuwt voor structureel te weinig werk door robots. Hij pleit voor een vangnet. Accepteren dat er in de toekomst nog veel meer mensen geen toegang hebben tot werk is echter een aantasting van onze beschaving.

Werk goed voor elk

Help, de robots komen! In zijn speech tijdens het SZW congres van 29 september spreekt minister Asscher zijn zorg uit over een toekomst waarin er te weinig werk zal zijn door de robotisering. In fabrieken heeft de robot het werk aan de lopende band al overgenomen en ook de caissière, de boekhouder, taxichauffeur en schoonmaker lopen een groot risico om vervangen te worden door technologie. Onderzoek van Deloitte laat zien dat het mogelijk zelfs gaat om 2 tot 3 miljoen banen.

In zijn betoog legt de minster een sterke nadruk op de groeiende inkomensongelijkheid en het vraagstuk om het inkomen voor een grote groep structureel werkloze mensen veilig te stellen. Conclusie: het sociaal en fiscaal stelsel moet op de helling. Dat stelsel moet dienen als een airbag die ons inkomen veilig stelt als ons werk is ingenomen door robots of opgelost in de cloud.

De koppeling tussen werk en inkomen is een volkomen logische, maar leidt ook tot het totaal veronachtzamen van alle andere positieve effecten van werk. In ons werk hebben wij de mogelijkheid om behoeften uit alle lagen van de piramide van Maslow te bevredigen. Een salaris zorgt natuurlijk voor financiële zelfstandigheid. Werk is een sociale omgeving waarin vriendschappen ontstaan. Het brengt normen en waarden bij, geeft de mogelijkheid om jezelf te ontwikkelen en het kan zelfs zin geven aan ons bestaan. Twee Britse onderzoeken laten zien dat werkende mensen gezonder en gelukkiger zijn dan niet werkende.

Op dit moment zijn er al meer dan één miljoen mensen die ongewild geen toegang hebben tot werk. Indirect heeft werkloosheid dus voor een miljoen mensen grote gevolgen voor de gezondheid en de kans op geluk. Stelt u zich eens voor dat een miljoen mensen geen toegang heeft tot gezondheidszorg of onderwijs. Het Malieveld zou te klein zijn voor het volksoproer. Accepteren dat er in de toekomst nog veel meer mensen geen toegang hebben tot werk is een verdere aantasting van onze beschaving.

Laten we de door Asscher gegooide knuppel in het hoenderhok – of drone in de serverruimte – gebruiken om het heft in handen te nemen. Samen de toekomst van werk creëren door individueel ondernemerschap en sociale innovatie. Dat kan al door met een bredere blik te kijken naar de wereld om ons heen. De komst van robots is namelijk lang niet het enige wat verandert op de arbeidsmarkt. Er is in alle opzichten een aardverschuiving gaande. De Britse hoogleraar Lynda Gratton noemt in haar boek ‘De werkrevolutie’ technologie, globalisering, demografie, samenleving en energiebronnen de vijf krachten die zorgen voor deze aardverschuiving.

Deze vijf krachten zorgen niet alleen voor risico’s, maar ook voor nieuwe kansen. Door grondstofschaarste komt er vraag naar arbeidskrachten in de inzameling, reparatie en demontage van circulair ontworpen en geproduceerde producten. TNO becijferde dat de potentie van de circulaire economie voor de Nederlandse economie ruim 7 miljard bedraagt en ruim 50.000 banen kan scheppen. De turbulente verandering wordt zelf ook een banenmotor. Het ontmantelen, ontwikkelen en transformeren van organisaties, systemen en producten levert de banen van de toekomst op. Futurist Thomas Frey geeft als voorbeeld de ontmantelaar, mensen die gaan zorgen voor de voorzichtige afbraak van onze verouderde systemen zoals het onderwijs en de zorg.

Ondernemers, bestuurders, werknemers en ambtenaren moeten samen deze en andere ontluikende kansen aangrijpen om te innoveren en daarmee nieuw werk te creëren. Bij innovatie wordt direct gedacht aan robots en technologische vernieuwingen. Maar de technologische kant van innovatie zorgt slechts voor 25% van het innovatiesucces, blijkt uit onderzoek van hoogleraar Henk Volberda. De overige 75% van het innovatiesucces komt door sociale innovatie: vernieuwing in de manier van werken, organiseren en leiden. Hierdoor zijn medewerkers gemotiveerder, delen zij meer kennis met elkaar, worden ze meer op hun talent ingezet en ontstaat er ruimte voor hen om nieuwe ideeën in de praktijk te brengen.

Lampje

Voor een Nederland waar iedereen toegang heeft tot werk is het nodig om kinderen op te leiden om zelfbewust, wendbaar en creatief te zijn. Wij volwassenen moeten op zoek gaan naar onze werktoekomst, waar ons echte talent zit en waar we gelukkig van worden in ons werk. Werkgevers zijn er bij gebaat meer onderling samen te werken om talent met elkaar te delen, medewerkers uit te wisselen en ze te ondersteunen om deze zoektocht aan te gaan. MVO Nederland stimuleert hen daarbij met de Dag van de Sociale Innovatie. En de overheid? Die moet de barrières slechten die onze werktoekomst in de weg staan en zorgen voor een wenkend perspectief. Laten we de opmars van de robots aangrijpen als een uitnodiging om de toekomst zelf vorm te geven. Zo creëren wij samen een Nederland dat werkt.



Glenn van der Burg is verbonden aan MVO Nederland, De Baak en Vakmedianet. Hij vertelt over mensgericht organiseren en begeleidt ondernemers en managers zodat bedrijven beter en mensen gelukkiger worden. In 2012 verscheen zijn boek “Boven het maaiveld” over persoonlijk leiderschap en werkt nu aan zijn nieuwe boek “Management Mythes.”