Het thema circulaire economie wint snel aan aandacht. In een recente Google-history grafiek zag ik dat het aantal zoekopdrachten in vier jaar tijd maar liefst verachtvoudigd is. En het aantal publicaties erover is nog harder gegroeid.

Zoals met veel begrippen die snel gemeengoed worden, dreigt de diepgang in die snelle groei wel enigszins verloren te gegaan. Zo noemde het FD de circulaire economie twee weken geleden – in een overigens verder goed artikel – nog ‘een modieuze term voor recycling’. En haal je volgens DuurzaamBedrijfsleven.nl ‘de circulaire economie in de slaapkamer’ door een bed te leasen. Ook de deeleconomie wordt vaak in een adem genoemd met circulaire economie.

Het is absoluut waar dat goede recycling hoort bij een circulaire economie. Zeker als het gaat om producten met een lage complexiteit, een hoog volume en/of een beperkte toegevoegde waarde. Zoals plastic verpakkingsmateriaal, of een koffiebekertje. Maar veel producten zijn complexer en hebben meer toegevoegde waarde in zich, bijvoorbeeld gebouwen of wasmachines.

Voordat we dan over recycling praten is het veel zinvoller om de complexiteit en toegevoegde waarde aan het eind van de gebruiksfase waar mogelijk (deels) te behouden. Door bijvoorbeeld onderdelen te hergebruiken. Of alleen te vervangen wat defect is, in plaats van het hele product. Pas als reparatie of revisie technisch of economisch niet meer zinvol is, moeten we beginnen met het recyclen van de gebruikte grondstoffen. Die moeten daarvoor dan wel geschikt zijn, of veilig terug kunnen in de natuur.
Natuurlijk is het slim om producten intensiever te gebruiken. Deelprogramma’s als Car2Go en Floow2 kunnen daar prima bij helpen. Maar als die producten niet aan de eigenschappen van de vorige alinea voldoen, is er niets circulairs aan. Aan het eind van de gebruiksduur wordt het gewoon afval, net in de huidige, lineaire economie.

Dit geldt ook voor leasemodellen. Die kunnen zorgen voor meer circulariteit, maar als dat niet georganiseerd wordt leidt leasen nog steeds tot lineair afval. Zelfs een volledig gecertificeerd Cradle-to-Cradle-product is niet circulair, totdat het proces eromheen geregeld is. Er verdwijnen nog steeds C2C-producten in een shredder of oven omdat er aan het eind van de gebruiksfase geen goed vangnet is om ze weer bij de fabrikant te krijgen.

Wellicht de meest fundamentele misvatting over de circulaire economie is dat deze draait om grondstoffen en duurzaamheid. In essentie is het veel eerder een economisch systeem waarin we intelligenter met grondstoffen en energie omgaan. En waardoor een duurzame economie een logische uitkomst is.

Hoe die er precies uitziet varieert per productketen, geografische verspreiding en materiaalstroom. De circulaire economie bestaat daarom niet. Het is niet enkel te vatten in begrippen als recycling, leasemodellen of deeleconomie. Dat zijn allemaal onderdelen van een circulaire economie. De verschijningsvorm hiervan zal telkens verschillen. Of zoals een wijze Nederlander eens zei: ‘Merels zijn vogels, maar vogels zijn geen merels’.

Wil je meer weten over de verschillende manieren waarop er toegewerkt wordt naar een (meer) circulaire economie? Meld je dan aan bij de nationale online community www.circulairondernemen.nl

Dit artikel werd eerder geplaatst op www.duurzaamgeproduceerd.nl