Nederland en water. Het is een relatie met zowel haat als liefde. De laatste decennia voert de liefde de boventoon. We hebben met Deltawerken, ontpoldering en andere ingrepen het water steeds meer kunnen beheersen. En zijn in staat steeds meer waarde te creëren uit de waterstromen die door en onder ons land gaan. In een verre toekomst kunnen zeespiegelstijging en verdwijnende Alpengletsjers wellicht de haat weer doen oplaaien maar vooralsnog hebben we een liefdevolle toekomst. In die zin zijn dus ook circulaire principes ten aanzien van Nederlands water zin- en waardevol maar niet perse noodzakelijk.

Het grootste deel van de Nederlandse waterconsumptie komt echter niet ten laste van ons eigen Nederlandse water. Het zit ‘opgesloten’ in producten die wij ver- en gebruiken zoals bijvoorbeeld kleding. Dit wordt veelal gemaakt van materiaal zoals katoen wat komt uit landen waar waterschaarste wel een snel toenemend vraagstuk is, zoals Oezbekistan, de VS en India. Een spijkerbroek of blouse heeft al snel vele duizenden liters water gekost. Of bijvoorbeeld onze ‘Hollandse’ bloemen. Deze worden in toenemende mate in Afrikaanse landen gekweekt waarbij irrigatie leidt tot verlaging van de lokale waterspiegel. Juist in een regio waar verdroging een van de hoofdoorzaken is van de conflicten. Dit kwam recent nog naar voren in een NY Times artikel over het conflict in Syrië. En veel van het afvalwater wat wij in bijvoorbeeld textielververijen en bloemkwekerijen creëren, is ook nog eens verontreinigd en daarmee onbruikbaar geworden.

Het is dus van vitaal belang om watercycli veel beter te gaan managen. Ook in Nederland. Niet alleen vanwege (lokale) milieuvraagstukken, maar zeker ook om bij te dragen aan een stabiele en welvarende wereld. Dit klinkt grootst (dat is het ook) maar kan praktisch en klein worden als je kijkt naar het voorbeeld van de Coca-Cola fabriek in India die gedwongen werd om de deuren te sluiten omdat zij het lokale waterpeil te veel verlaagden. Of – meer positief benaderd – de succesvolle stappen van het Nederlandse DyeCoo dat disruptief innoveert in de textielverf industrie en oplossing levert die bijna geen water nodig hebben.

Er is dus een absolute noodzaak om water circulair te gaan benaderen. Hierbij dienen we wel onderscheid maken tussen lokale en globale water vraagstukken en onze inspanning er voornamelijk op richten om oplossingen te realiseren die qua omvang en geografisch locatie er echt toe doen. Dit is niet zozeer een technisch vraagstuk alswel een organisatorisch vraagstuk. We zullen veel beter moeten organiseren dat producten zoals textiel in een echt circulair proces komen. En dit vervolgens opschalen. Hierbij dienen we geen water bij de wijn te doen.

Deze bijdrage verscheen eerder op www.duurzaamgeproduceerd.nl