“Waarom is er in Nederland zo’n kunstmatig onderscheid tussen overheden, maatschappelijke instellingen en bedrijven? Waarom splitsen we onderwijs op in sociale, economische en bestuurskundige studies? En zetten we daar ferme schotten tussen?” Met die vragen opent het studieboek ‘Voor een goede zaak. Sociaal ondernemen in theorie en praktijk’.

Gastblog van Marianne Dagevos over sociaal ondernemen. Marianne is onderzoeker, gastdocent sociaal ondernemen en deeleconomie, en auteur van ‘Voor een goede zaak. Sociaal ondernemen in theorie en praktijk‘. 

Tja, sociaal ondernemen, een concept dat nogal eens tot verwarring leidt. Want bestaat er dan ook zoiets als asociaal ondernemen? Zijn sociale zaken niet wezenlijks anders dan economische? Adjectieven voor het werkwoord ‘ondernemen’ roepen vragen op. Net als ooit met ‘duurzaam’ en ‘maatschappelijk verantwoord’ gebeurde.

Veel Nederlanders halen de wenkbrauwen op bij die combinatie, gewend als we zijn te denken in afgebakende domeinen

Voor de duidelijkheid: sociaal ondernemingen nemen een maatschappelijke kwestie als uitgangspunt voor hun bedrijfsmissie en bouwen hun onderneming rondom een aanpak van die kwestie heen. Ze werken als onderneming en zijn uit op winst en groei. Daardoor kunnen ze meer waarde creëren en hun missie beter verwezenlijken. Veel Nederlanders halen de wenkbrauwen op bij die combinatie, gewend als we zijn te denken in afgebakende domeinen. Een overheid heeft andere (publieke) taken dan een (private) onderneming of een sociale instelling. Sterker nog, de verhouding tussen overheden en bedrijven is vaak gevat in tegenstellingen en gebaseerd op wantrouwen. Overheden lijken bedrijven vooral te dwarsbomen en aan banden te leggen, bedrijven willen overheden alleen voor hun karretje spannen.  Pogingen tot toenadering en samenwerking stranden vaak door gebrek aan begrip en respect voor ieders verantwoordelijkheid.

Social Firm

Daarbij heeft Nederland zijn eigen obstakels te overwinnen. Een voorbeeld: in veel landen zijn al jaren ondernemingen actief gericht op mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Deze ondernemingen bieden opleiding, training en werkervaring en begeleiden mensen naar de arbeidsmarkt. Er zijn zelfs speciale namen voor zoals WISE (Work Integration Social Enterprise) of social firm. Deze ondernemingen hebben landelijk hun eigen netwerken, kenniscentra, stimuleringsregelingen, aparte rechtspersonen enzovoort. En die instituties dragen weer bij aan een sterke, professionele identiteit van dit type onderneming.

In Nederland geheel anders… Hier is toeleiding naar de arbeidsmarkt en arbeidsintegratie nog steeds een overheidstaak. Denk aan de voormalige WSW-bedrijven (Wet sociale werkvoorziening), in de volksmond beter bekend als sociale werkplaatsen. Deze werkplaatsen hebben veel expertise opgebouwd in het werven van opdrachten, begeleiden van mensen en maken van producten. Alleen ze missen een belangrijk punt dat WISES en social firms wel hebben: een sterke identiteit en reputatie opgebouwd door PR, branding en presentatie van hun impact en resultaten.

Sterke identiteit 

Daarnaast worden sociale werkplaatsen heen en weer geslingerd door het steeds veranderend overheidsbeleid. Een situatie die de opkomst van sociaal ondernemingen niet gemakkelijker maakt. Want inmiddels hebben we in Nederland ook sociale firma’s: sociaal ondernemingen die ervoor kiezen om te werken met mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. We zien ze in de horeca, dienstverlening, productie en retail. In ‘Voor een goede zaak’ staan mooie voorbeelden.

Deze sociaal ondernemingen kunnen sterke partners zijn voor overheden en maatschappelijke organisaties. Maar dan moeten de partners wel over mogelijk wantrouwen en onbegrip heen kunnen stappen

Maar zij kunnen, anders dan in omringende landen, niet voortbouwen op de goede reputatie, identiteit en branding van WISES die hen zijn voorgegaan. Sterker nog, zij moeten steeds aantonen dat zij ja, een commercieel bedrijf zijn, die ja, een publieke taak wil uitvoeren en ja, daarbij samenwerkt met maatschappelijke instellingen. Dat zij ja, willen groeien, niet door hun maatschappelijke missie te verwaarlozen, maar juist door die te intensiveren. Door steeds beter te worden in één ding: professionele producten en diensten leveren met vooreengoedezaakinzet van een bepaalde doelgroep die moeilijk aan het werk komt. Of dat nu autisten zijn, blinden, doven, mensen met een psychiatrische achtergrond of een crimineel verleden. Mensen met gebreken (wie heeft ze niet?) maar ook met veel potentieel en talent. Deze sociaal ondernemingen kunnen sterke partners zijn voor overheden en maatschappelijke organisaties. Maar dan moeten de partners wel over mogelijk wantrouwen en onbegrip heen kunnen stappen.

Het spannende spel van sociaal ondernemen

Op de voorkant van ‘Voor een goede zaak’ staan een jongleur en een evenwichtskunstenaar, een verwijzing naar het spannende spel van sociaal ondernemen. Werken op een breukvlak tussen hemel en aarde en veel verschillende ballen in de lucht houden. Het ziet er ingewikkeld uit maar het is te leren. En als je het zelf niet wilt doen, kun je het ook waarderen en stimuleren door voor sociaal ondernemers open te staan en met hen zaken te doen.